Leviticus 13:45-46

Statenvertaling · Melaatsheid

45Voorts zullen de klederen des melaatsen, in wien die plaag is, gescheurd zijn, en zijn hoofd zal ontbloot zijn, en hij zal de bovenste lip bewimpelen; daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein!

46Al de dagen, in welke deze plaag aan hem zal zijn, zal hij onrein zijn; onrein is hij, hij zal alleen wonen; buiten het leger zal zijn woning wezen.

Lees heel Leviticus 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Leviticus 13:45-46 in de interactieve Bijbel →