Leviticus 13:36-37

Statenvertaling · Melaatsheid

36En de priester hem zal bezien hebben, dat, ziet, de schurftheid in het vel uitgespreid is, de priester zal naar het geelachtig haar niet zoeken; hij is onrein.

37Maar indien die schurftheid, naar dat hij zien kan, is staande gebleven, en zwart haar daarop gewassen is, die schurftheid is genezen, hij is rein; daarom zal de priester hem rein verklaren.

Lees heel Leviticus 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Leviticus 13:36-37 in de interactieve Bijbel →