Statenvertaling · Melaatsheid
29Verder, als in een man of vrouw een plaag zal zijn in het hoofd, of in den baard;
30En de priester die plaag zal bezien hebben, dat, ziet, haar aanzien dieper is dan het vel, en geelachtig dun haar daarop is, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is schurftheid, het is melaatsheid van het hoofd of van den baard.