Statenvertaling · Melaatsheid
15Als dan de priester dat levende vlees gezien zal hebben, zal hij hem onrein verklaren; dat levende vlees is onrein; het is melaatsheid.
16Of als dat levende vlees verkeert, en in wit veranderd zal worden, zo zal hij tot den priester komen.
17Als de priester hem bezien zal hebben, dat, ziet, de plaag in wit veranderd is, zo zal de priester hem, die de plaag heeft, rein verklaren; hij is rein.