Leviticus 11:2-6

Statenvertaling · Reine en onreine dieren

2Spreekt tot de kinderen Israels, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.

3Al wat onder de beesten de klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeen klieft, en herkauwt, dat zult gij eten.

4Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: de kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;

5En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;

6En den haas, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn.

Lees heel Leviticus 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Leviticus 11:2-6 in de interactieve Bijbel →