Statenvertaling · Vijfde klaaglied: bede om uitredding
11Zij hebben de vrouwen te Sion verkracht, en de jonge dochters in de steden van Juda.
12De vorsten zijn door hunlieder hand opgehangen; de aangezichten der ouden zijn niet geeerd geweest.
13Zij hebben de jongelingen weggenomen, om te malen, en de jongens struikelen onder het hout.