Statenvertaling · Verdelging van Ai
30Toen bouwde Jozua een altaar den HEERE, den God van Israel, op den berg Ebal;
31Gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, den kinderen Israels geboden had, achtereenvolgens hetgeen geschreven is in het wetboek van Mozes: een altaar van gehele stenen, over dewelke men geen ijzer bewogen had; en daarop offerden zij den HEERE brandofferen; ook offerden zij dankofferen.