Statenvertaling · Lijst van de verslagen koningen
9De koning van Jericho, een; de koning van Ai, die ter zijde van Beth-El is, een;
10De koning van Jeruzalem, een; de koning van Hebron, een;
11De koning van Jarmuth, een; de koning van Lachis, een;
12De koning van Eglon, een; de koning Gezer, een;
13De koning van Debir, een; de koning van Geder, een;
14De koning van Horma, een; de koning van Harad, een;
15De koning van Libna, een; de koning van Adullam, een;
16De koning van Makkeda, een; de koning van Beth-El, een;
17De koning van Tappuah, een; de koning van Hefer, een;
18De koning van Afek, een; de koning van Lassaron, een;
19De koning van Madon, een; de koning van Hazor, een;
20De koning van Simron-Meron, een; de koning van Achsaf, een;
21De koning van Taanach, een; de koning van Megiddo, een;
22De koning van Kedes, een; de koning van Jokneam, aan den Karmel, een;
23De koning van Dor, tot Nafath-Dor, een; de koning der heidenen te Gilgal, een;
24De koning van Thirza, een. Al deze koningen zijn een en dertig.