Jozua 10:36-39

Statenvertaling · De zon staat stil bij Gibeon

36Daarna toog Jozua op, en gans Israel met hem; van Eglon naar Hebron, en zij krijgden tegen haar.

37En zij namen haar in, en sloegen haar met de scherpte des zwaards, zo haar koning als al haar steden, en alle ziel, die daarin was; hij liet niemand in het leven overblijven, naar alles, wat hij Eglon gedaan had; en hij verbande haar, en alle ziel, die daarin was.

38Toen keerde Jozua, en gans Israel met hem, naar Debir, en hij krijgde tegen haar.

39En hij nam haar in, met haar koning, en al haar steden, en zij sloegen haar met de scherpte des zwaards, en verbanden alle ziel, die daarin was; hij liet geen overigen overblijven; gelijk als hij aan Hebron gedaan had, alzo deed hij aan Debir en haar koning, en gelijk als hij aan Libna en haar koning gedaan had;

Lees heel Jozua 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Jozua 10:36-39 in de interactieve Bijbel →