Jona 1:7-8

Statenvertaling · Jona’s roeping en vlucht

7Voorts zeiden zij, een ieder tot zijn metgezel: Komt, en laat ons loten werpen, opdat wij mogen weten, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Alzo wierpen zij loten, en het lot viel op Jona.

8Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?

Lees heel Jona 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jona 1:7-8 in de interactieve Bijbel →