Johannes 9:4-10

Statenvertaling · De blindgeborene

4Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.

5Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld.

6Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden;

7En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.

8De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde?

9Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het.

10Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?

Lees heel Johannes 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Johannes 9:4-10 in de interactieve Bijbel →