Johannes 9:14-16

Statenvertaling · De blindgeborene

14En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.

15De Farizeen dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie.

16Sommigen dan uit de Farizeen zeiden: Deze Mens is van God niet, want Hij houdt den sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een mens, die een zondaar is, zulke tekenen doen? En er was tweedracht onder hen.

Lees heel Johannes 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Johannes 9:14-16 in de interactieve Bijbel →