Johannes 4:33-34

Statenvertaling · Het gesprek met de Samaritaanse vrouw

33Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?

34Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.

Lees heel Johannes 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Johannes 4:33-34 in de interactieve Bijbel →