Johannes 4:27-33

Statenvertaling · Het gesprek met de Samaritaanse vrouw

27En daarop kwamen Zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak. Nochtans zeide niemand: Wat vraagt Gij, of: Wat spreekt Gij met haar?

28Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:

29Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?

30Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem.

31En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.

32Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.

33Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?

Lees heel Johannes 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Johannes 4:27-33 in de interactieve Bijbel →