Statenvertaling · Het gesprek met de Samaritaanse vrouw
22Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden.
23Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden.
24God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.