Johannes 18:25-27

Statenvertaling · De gevangenneming

25En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.

26Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?

27Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

Lees heel Johannes 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Johannes 18:25-27 in de interactieve Bijbel →