Johannes 12:37-40

Statenvertaling · De zalving te Betanië

37En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet;

38Opdat het woord van Jesaja, den profeet, vervuld werd, dat hij gesproken heeft: Heere, wie heeft onze prediking geloofd, en wien is de arm des Heeren geopenbaard?

39Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft:

40Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.

Lees heel Johannes 12 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Johannes 12:37-40 in de interactieve Bijbel →