Johannes 11:15-24

Statenvertaling · De opwekking van Lazarus

15En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.

16Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.

17Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.

18(Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)

19En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.

20Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.

21Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;

22Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.

23Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan.

24Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.

Lees heel Johannes 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Johannes 11:15-24 in de interactieve Bijbel →