Joël 2:18-22

Statenvertaling · Oproep tot bekering en boete

18Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk verschonen.

19En de HEERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en den most, en de olie, dat gij daarvan verzadigd zult worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot een smaadheid onder de heidenen.

20En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan.

21Vrees niet, o land! verheug u, en wees blijde; want de HEERE heeft grote dingen gedaan.

22Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven.

Lees heel Joël 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Joël 2:18-22 in de interactieve Bijbel →