Job 5:9-16

Statenvertaling · Elifaz’ eerste rede: na kastijding zegen

9Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;

10Die den regen geeft op de aarde, en water zendt op de straten;

11Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden.

12Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten.

13Hij vangt de wijzen in hun arglistigheid; dat de raad der verdraaiden gestort wordt.

14Des daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk des nachts tasten zij in de middag.

15Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.

16Zo is voor den arme verwachting; en de boosheid stopt haar mond toe.

Lees heel Job 5 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 5:9-16 in de interactieve Bijbel →