Job 34:13-22

Statenvertaling · Elihu’s tweede rede: God handelt rechtvaardig

13Wie heeft Hem gesteld over de aarde, en wie heeft de ganse wereld geschikt?

14Indien Hij Zijn hart tegen hem zette, zijn geest en zijn adem zou Hij tot Zich vergaderen;

15Alle vlees zou tegelijk den geest geven, en de mens zou tot stof wederkeren.

16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

17Zou hij ook, die het recht haat, den gewonde verbinden, en zoudt gij den zeer Rechtvaardige verdoemen?

18Zou men tot een koning zeggen: Gij Belial; tot de prinsen: Gij goddelozen!

19Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.

20In een ogenblik sterven zij; zelfs ter middernacht wordt een volk geschud, dat het doorga; en de machtige wordt weggenomen zonder hand.

21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

22Er is geen duisternis, en er is geen schaduw des doods, dat aldaar de werkers der ongerechtigheid zich verbergen mochten.

Lees heel Job 34 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 34:13-22 in de interactieve Bijbel →