Job 31:38-40

Statenvertaling · Jobs slotrede: de eed van onschuld

38Zo mijn land tegen mij roept, en zijn voren te zamen wenen;

39Zo ik zijn vermogen gegeten heb zonder geld, en de ziel zijner akkerlieden heb doen hijgen;

40Dat voor tarwe distelen voortkomen, en voor gerst stinkkruid! De woorden van Job hebben een einde.

Lees heel Job 31 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 31:38-40 in de interactieve Bijbel →