Job 31:34

Statenvertaling · Jobs slotrede: de eed van onschuld

34Zeker, ik kon wel een grote menigte geweldiglijk onderdrukt hebben; maar de verachtste der huisgezinnen zou mij afgeschrikt hebben; zodat ik gewezen zou hebben, en ter deure niet uitgegaan zijn.

Lees heel Job 31 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Job 31:34 in de interactieve Bijbel →