Job 31:29-30

Statenvertaling · Jobs slotrede: de eed van onschuld

29Zo ik verblijd ben geweest in de verdrukking mijns haters, en mij opgewekt heb, als het kwaad hem vond;

30(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).

Lees heel Job 31 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 31:29-30 in de interactieve Bijbel →