Job 31:19-22

Statenvertaling · Jobs slotrede: de eed van onschuld

19Zo ik iemand heb zien omkomen, omdat hij zonder kleding was, en dat de nooddruftige geen deksel had;

20Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;

21Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;

22Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af!

Lees heel Job 31 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Job 31:19-22 in de interactieve Bijbel →