Job 31:16-23

Statenvertaling · Jobs slotrede: de eed van onschuld

16Zo ik den armen hun begeerte onthouden heb, of de ogen der weduwe laten versmachten;

17En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;

18(Want van mijn jonkheid af is hij bij mij opgetogen, als bij een vader, en van mijner moeders buik af heb ik haar geleid;)

19Zo ik iemand heb zien omkomen, omdat hij zonder kleding was, en dat de nooddruftige geen deksel had;

20Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;

21Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;

22Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af!

23Want het verderf Gods was bij mij een schrik, en ik vermocht niet vanwege Zijn hoogheid.

Lees heel Job 31 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 31:16-23 in de interactieve Bijbel →