Job 24:15-25

Statenvertaling · Jobs antwoord aan Elifaz: waarom straft God niet?

15Ook neemt het oog des overspelers de schemering waar, zeggende: Geen oog zal mij zien; en hij legt een deksel op het aangezicht.

16In de duisternis doorgraaft hij de huizen, die zij zich des daags afgetekend hadden; zij kennen het licht niet.

17Want de morgenstond is hun te zamen de schaduw des doods; als men hen kent, zijn zij in de strikken van des doods schaduw.

18Hij is licht op het vlakke der wateren; vervloekt is hun deel op de aarde; hij wendt zich niet tot den weg der wijngaarden.

19De droogte mitsgaders de hitte nemen de sneeuwwateren weg; alzo het graf dergenen, die gezondigd hebben.

20De baarmoeder vergeet hem, het gewormte is hem zoet, zijns wordt niet meer gedacht; en het onrecht wordt gebroken als een hout.

21De onvruchtbare, die niet baart, teert hij af, en aan de weduwe doet hij niets goeds.

22Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker.

23Stelt hem God in gerustigheid, zo steunt hij daarop; nochtans zijn Zijn ogen op hun wegen.

24Zij zijn een weinig tijds verheven, daarna is er niemand van hen; zij worden nedergedrukt; gelijk alle anderen worden zij besloten; en gelijk de top ener aar worden zij afgesneden.

25Indien het nu zo niet is, wie zal mij leugenachtig maken, en mijn rede tot niet brengen?

Lees heel Job 24 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 24:15-25 in de interactieve Bijbel →