Statenvertaling · Elifaz’ derde rede: bekeer u tot de Almachtige
9De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.
10Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.
11Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.