Job 17:7-16

Statenvertaling · Jobs antwoord aan Elifaz: het graf wacht mij

7Daarom is mijn oog door verdriet verdonkerd, en al mijn ledematen zijn gelijk een schaduw.

8De oprechten zullen hierover verbaasd zijn, en de onschuldige zal zich tegen den huichelaar opmaken;

9En de rechtvaardige zal zijn weg vasthouden, en die rein van handen is, zal in sterkte toenemen.

10Maar toch gij allen, keert weder, en komt nu; want ik vind onder u geen wijze.

11Mijn dagen zijn voorbijgegaan; uitgerukt zijn mijn gedachten, de bezittingen mijns harten.

12Den nacht verstellen zij in den dag; het licht is nabij den ondergang vanwege de duisternis.

13Zo ik wacht, het graf zal mijn huis wezen; in de duisternis zal ik mijn bed spreiden.

14Tot de groeve roep ik: Gij zijt mijn vader! Tot het gewormte: Mijn moeder, en mijn zuster!

15Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen?

16Zij zullen ondervaren met de handbomen des grafs, als er rust te zamen in het stof wezen zal.

Lees heel Job 17 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 17:7-16 in de interactieve Bijbel →