Statenvertaling · Jobs antwoord aan Elifaz: het graf wacht mij
13Zo ik wacht, het graf zal mijn huis wezen; in de duisternis zal ik mijn bed spreiden.
14Tot de groeve roep ik: Gij zijt mijn vader! Tot het gewormte: Mijn moeder, en mijn zuster!
15Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen?
16Zij zullen ondervaren met de handbomen des grafs, als er rust te zamen in het stof wezen zal.