Jesaja 7:11-16

Statenvertaling · Het teken van Immanuël

11Eis u een teken van den HEERE, uw God; eis beneden in de diepte, of eis boven uit de hoogte.

12Doch Achaz zeide: Ik zal het niet eisen, en ik zal den HEERE niet verzoeken.

13Toen zeide hij: Hoort gijlieden nu, gij, huis van David! is het ulieden te weinig, dat gij de mensen moede maakt, dat gij ook mijn God moede maakt?

14Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.

15Boter en honig zal Hij eten, totdat Hij wete te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede.

16Zekerlijk, eer dit Knechtje weet te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede, zal dat land, waarover gij verdrietig zijt, verlaten zijn van zijn twee koningen.

Lees heel Jesaja 7 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 7:11-16 in de interactieve Bijbel →