Jesaja 66:20-23

Statenvertaling · De tempeldienst der goddelozen veroordeeld

20En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israels het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN.

21En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.

22Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.

23En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

Lees heel Jesaja 66 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 66:20-23 in de interactieve Bijbel →