Jesaja 66:11-12

Statenvertaling · De tempeldienst der goddelozen veroordeeld

11Opdat gij moogt zuigen, en verzadigd worden van de borsten harer vertroostingen; opdat gij moogt uitzuigen, en u verlusten met den glans harer heerlijkheid.

12Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieen zeer vriendelijk getroeteld worden.

Lees heel Jesaja 66 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 66:11-12 in de interactieve Bijbel →