Jesaja 66:1-2

Statenvertaling · De tempeldienst der goddelozen veroordeeld

1Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?

2Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.

Lees heel Jesaja 66 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 66:1-2 in de interactieve Bijbel →