Statenvertaling · Het wraakgericht des Heren
4Want de dag der wraak was in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten was gekomen.
5En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,