Statenvertaling · De roeping van Jesaja
4Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook.
5Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.