Jesaja 47:7-8

Statenvertaling · De ondergang van Babel

7En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.

8Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.

Lees heel Jesaja 47 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 47:7-8 in de interactieve Bijbel →