Jesaja 37:12-16

Statenvertaling · Eerste voorzegging van Jeruzalems bevrijding

12Hebben de goden der volken die mijn vaders verdorven hebben, dezelven gered, als Gozan, en Haran, en Rezef, en de kinderen van Eden, die in Telasser waren?

13Waar is de koning van Hamath, en de koning van Arpad, en de koning der stad Sefarvaim, Hena en Ivva?

14Als nu Hizkia de brieven uit der boden hand ontvangen, en die gelezen had, ging hij op in het huis des HEEREN; en Hizkia breidde die uit voor het aangezicht des HEEREN.

15En Hizkia bad tot den HEERE, zeggende:

16O HEERE der heirscharen, Gij, God van Israel, Die tussen de cherubim woont! Gij Zelf, Gij alleen zijt de God van alle koninkrijken der aarde; Gij hebt den hemel en de aarde gemaakt!

Lees heel Jesaja 37 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 37:12-16 in de interactieve Bijbel →