Jesaja 36:8-9

Statenvertaling · Jeruzalem door Sanherib bedreigd

8Nu dan, wed toch met mijn heer, den koning van Assyrie; en ik zal u twee duizend paarden geven, zo gij voor u de ruiters daarop zult kunnen geven.

9Hoe zoudt gij dan het aangezicht van een enigen vorst, van de geringste knechten mijns heren, afkeren? Maar gij vertrouwt op Egypte, om de wagenen en om de ruiteren.

Lees heel Jesaja 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Jesaja 36:8-9 in de interactieve Bijbel →