Jesaja 32:2-6

Statenvertaling · Het Messiaanse rijk

2En die man zal zijn als een verberging tegen den wind, en een schuilplaats tegen den vloed, als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.

3En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.

4En het hart der onbedachtzamen zal de wetenschap verstaan, en de tong der stamelenden zal vaardig zijn, om bescheidenlijk te spreken.

5De dwaas zal niet meer genoemd worden milddadig, en de gierige zal niet meer mild geheten worden.

6Want een dwaas spreekt dwaasheid, en zijn hart doet ongerechtigheid, om huichelarij te plegen, en om dwaling te spreken tegen den HEERE, om de ziel des hongerigen ledig te laten, en den dorstige drank te doen ontbreken.

Lees heel Jesaja 32 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jesaja 32:2-6 in de interactieve Bijbel →