Jeremia 6:24-26

Statenvertaling · Het onheil dringt op uit het Noorden

24Wij hebben zijn gerucht gehoord, onze handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft ons aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.

25Gaat niet uit in het veld, noch wandelt op den weg; want des vijands zwaard is er, schrik van rondom!

26O dochter Mijns volks! gord een zak aan, en wentel u in de as, maak u rouw eens enigen zoons, een zeer bitter misbaar; want de verstoorder zal ons snellijk overkomen.

Lees heel Jeremia 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 6:24-26 in de interactieve Bijbel →