Jeremia 52:5-8

Statenvertaling · Het lot van Jeruzalem

5Alzo kwam de stad in belegering, tot in het elfde jaar van den koning Zedekia.

6In de vierde maand, op den negenden der maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk des lands geen brood had;

7Toen werd de stad doorgebroken, en al de krijgslieden vloden, en trokken uit des nachts, uit de stad, door den weg der poort tussen de twee muren, die aan des konings hof waren (de Chaldeen nu waren tegen de stad rondom), en zij togen door den weg des vlakken velds.

8Doch het heir der Chaldeen jaagde den koning na, en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho; en al zijn heir werd van bij hem verstrooid.

Lees heel Jeremia 52 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 52:5-8 in de interactieve Bijbel →