Jeremia 51:3-5

Statenvertaling · De ondergang van Babel voltrokken

3De schutter spanne zijn boog tegen dien, die spant, en tegen dien, die zich verheft in zijn pantsier; en verschoont haar jongelingen niet, verbant al haar heir;

4Dat de verslagenen liggen in het land der Chaldeen, en de doorstokenen op haar straten.

5Want Israel of Juda zal niet in weduwschap gelaten worden van zijn God, van den HEERE der heirscharen (hoewel hunlieder land vol van schuld is), van den Heilige Israels.

Lees heel Jeremia 51 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 51:3-5 in de interactieve Bijbel →