Jeremia 51:1-4

Statenvertaling · De ondergang van Babel voltrokken

1Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal een verdervenden wind opwekken tegen Babel, en tegen degenen, die daar wonen in het hart van degenen, die tegen Mij opstaan.

2En Ik zal Babel wanners toeschikken, die haar wannen, en haar land uitledigen zullen; want zij zullen ten dage des kwaads van rondom tegen haar zijn.

3De schutter spanne zijn boog tegen dien, die spant, en tegen dien, die zich verheft in zijn pantsier; en verschoont haar jongelingen niet, verbant al haar heir;

4Dat de verslagenen liggen in het land der Chaldeen, en de doorstokenen op haar straten.

Lees heel Jeremia 51 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 51:1-4 in de interactieve Bijbel →