Jeremia 49:3-6

Statenvertaling · Over de Ammonieten

3Huil, o Hesbon! want Ai is verstoord; krijt, gij dochteren van Rabba, gordt zakken aan, drijft misbaar, en loopt om bij de tuinen; want Malcham zal wandelen in gevangenis, zijn priesteren en zijn vorsten te zamen.

4Wat roemt gij op uw dalen? Uw dal is weggevloten, gij afkerige dochter! die op haar schatten vertrouwt, zeggende: Wie zou tegen mij komen?

5Ziet, Ik zal vreze over u brengen, spreekt de HEERE, de HEERE der heirscharen, van allen, die rondom u zijn, en gijlieden zult, een iegelijk voor zich henen, uitgedreven worden, en niemand zal den omdolende vergaderen.

6Maar daarna zal Ik de gevangenis der kinderen Ammons wenden, spreekt de HEERE.

Lees heel Jeremia 49 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 49:3-6 in de interactieve Bijbel →