Statenvertaling · Over de heidense volken
19Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.
20Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.