Jeremia 38:25-26

Statenvertaling · Jeremia in een put geworpen

25En als de vorsten zullen horen, dat ik met u gesproken heb, en tot u komen, en tot u zeggen: Verklaar ons nu, wat hebt gij tot den koning gesproken? verheel het niet voor ons, zo zullen wij u niet doden; en wat heeft de koning tot u gesproken?

26Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven.

Lees heel Jeremia 38 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 38:25-26 in de interactieve Bijbel →