Jeremia 36:26-27

Statenvertaling · De boekrol

26Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, den zoon van Hammelech, en Zeraja, den zoon van Azriel, en Selemja, den zoon van Abdeel, om den schrijver Baruch en den profeet Jeremia te vangen. Maar de HEERE had hen verborgen.

27Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, nadat de koning de rol en de woorden, die Baruch geschreven had uit den mond van Jeremia, verbrand had, zeggende:

Lees heel Jeremia 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 36:26-27 in de interactieve Bijbel →