Jeremia 35:3-4

Statenvertaling · De Rekabieten

3Toen nam ik Jaazanja, den zoon van Jeremia, den zoon van Habazzinja, mitsgaders zijn broederen, en al zijn zonen, en het ganse huis der Rechabieten;

4En bracht hen in des HEEREN huis, in de kamer der zonen van Hanan, den zoon van Jigdalia, den man Gods; welke is bij de kamer der oversten, die daar is boven de kamer van Maaseja, den zoon van Sallum, den dorpelbewaarder.

Lees heel Jeremia 35 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 35:3-4 in de interactieve Bijbel →