Jeremia 29:29-32

Statenvertaling · Brief aan de ballingen in Babel

29Zefanja nu, de priester, had dezen brief gelezen voor de oren van den profeet Jeremia.

30Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

31Zend henen tot allen, die gevankelijk weggevoerd zijn, zeggende: Zo zegt de HEERE van Semaja, den Nechelamiet: Omdat Semaja ulieden geprofeteerd heeft, daar Ik hem niet gezonden heb, en heeft gemaakt, dat gij op leugen vertrouwt;

32Daarom zegt de HEERE alzo: Ziet, Ik zal bezoeking doen over Semaja, den Nechelamiet, en over zijn zaad; hij zal niemand hebben, die in het midden dezes volks wone, en zal het goede niet zien, dat Ik Mijn volke doen zal, spreekt de HEERE; want hij heeft een afval gesproken tegen den HEERE.

Lees heel Jeremia 29 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Jeremia 29:29-32 in de interactieve Bijbel →